Ding #23 - evaluatie

Er is een tijd van plannen (plan), doen (do), een tijd van evalueren (check) en dit meenemen in toekomstige plannen (act). Met ‘doen’ zijn we klaar en nu is het dus tijd de hele cursus eens te overzien en evalueren.

Gemaakt op www.TXT2PIC.comGemaakt met gratis plaatjesgereedschappen @ TXT2PIC.com

Rob doet zelf een aanzet tot evalueren door een aantal vragen te stellen die ik hierin dan ook zal beantwoorden.

Favoriete dingen

Dingen 1 t/m 3 gingen over het maken van je eigen weblog om over de cursus te kunnen schrijven. Een heel waardevol iets. Niet alleen leuk omdat ik altijd al vage plannen had om een blog te starten, maar ook omdat je door iets te schrijven gedwongen wordt na te denken over wat je bekeken en waar je mee geoefend hebt. Voor na de cursus heb ik alvast een ‘echt’ blog aangemaakt; de tijd zal uitwijzen of ik ook zonder cursus schrijfzin kan maken! ;-)

DIngen 4 en 5 waren voor mij bekend terrein; RSS-feeds en Netvibes had ik al meermalen in de organisatie geprobeerd te slijten, zonder veel succes. Enkelen lijken er nu enthousiast over, maar velen zien het nog steeds als tijdvreter, terwijl het juist bedoeld is als tijdbespaarder!

Dingen 6 t/m 8 hielden het spelen met plaatjes/foto’s in en dit deed de organisatie gonzen; in koffiepauzes ging het over niets anders dan dat. Onvermoede talenten kwamen naar boven en mensen begonnen de cursus leuk te vinden. Hier heb ik wel wat geleerd, aangezien ik een aantal tools nog niet kende. Leuk om te onthouden!

Ding 10 ging over Delicious en ook daar had ik al een account, dat ik maar eens opgefrist heb. Het nut werd in de organisatie wel erkend; met name voor collega’s van de informatiebalie. Zou het informatiebalie-account er al zijn?

Dingen 11 t/m 13 waren de wiki’s en online kantoortoepassingen, voor mij weer relatief nieuw. Een wiki gebruik ik nu voor een clubje vriendinnen om een weekendje te plannen, heel handig al vinden zij het maar futuristisch! Google Docs vind ik dan op één of andere manier minder leuk, dat zou ik zelf niet zo snel gebruiken. Veel ideeën kwamen bij mensen op bij deze Dingen.

Dingen 14 t/m 16 waren weer appeltje, eitje omdat ik ze al kende. Instant messaging, podcasts en YouTube hadden geen geheimen meer voor mij. Toch leuk om nu zo af en toe een korte chat te hebben met collega’s op de andere locaties via de Gmail-chat. Ook bij deze Dingen verzonnen veel collega’s interessante ideeën!

Dingen 17 t/m 20 boden mij weer wat nieuws; zoveel web 2.0-sites als er bestaan! Beetje te veel naar mijn idee, laat dat web 3.0 maar komen waarbij alles geïntegreerd is; ook (zelfs) ik word moe van het alsmaar inloggen overal. LibraryThing vond ik wel leuk, maar heb me er niet aangemeld. Sociale netwerken kende ik al (Bibliotheek 2.0, Hyves, Facebook, de eigen bieblv.ning) en Last.fm vond ik echt geweldig! Heb de speler gedownload en ik hoop dat ik straks fantastische adviezen zal krijgen over andere artiesten en evenementen.

Ding 21 deed mij vooral kwijlen over wat andere biebs hebben en wij (nog) niet. Van de woordenwolk van de Aquabrowser word ik nog niet zo enthousiast, maar het aanleggen van favorietenlijstjes, toevoegen van tags, maken van recensies maken mij wel blij! Ik was niet de enige met bedenkingen over de Aquabrowser! Staan wij hierin alleen? Als wij dit vinden, vinden onze klanten het dan ook? Worden zij blij van een woordenwolk?

Ding 22 was een nadenkDing over de bibliotheek van de toekomst, waarbij weer een aantal collega’s inspirerende gedachten op hun blog zette. Ook collega’s van andere bibliotheken trouwens.

Dingen 9 en 23 hebben voor reflectie gezorgd wat twee goede momenten waren.

Effecten en verrassingen cursus

Elk Ding had weer andere effecten in de organisatie, zoals ik hier en daar al schreef hierboven. Dat is dan ook wel leuk aan de cursus; hij blijkt erg afwisselend te zijn. Sommige Dingen vind je leuk, andere minder, maar je leert ze wél allemaal kennen.

Bijna iedereen (39 man/vrouw) deed mee aan de cursus. Dit was niet geheel op vrijwilligheid gebaseerd en er was dan ook best wat weerstand in het begin en eigenlijk bleef het er altijd wel in enige mate gedurende de cursus. Het kostte natuurlijk ook wel behoorlijk wat tijd. We hadden twee uur per week gekregen (begeleiders drie uur) maar dat was voor de meesten bij lange na niet genoeg. Bovendien hebben fulltimers niet altijd de tijd binnen hun werktijd om aan de cursus te besteden. Ikzelf kreeg zoveel energie van de cursus en het enthousiasme dat er bij velen ontstond dat ik behoorlijk wat tijd heb gestoken in het volgen van alle blogs en zoveel mogelijk te reageren. Ik weet zelf dat het leuk is om reacties te krijgen en dat gun ik een ander ook. En ja, ik heb ook nog een sociaal leven en sport ook. De nachten waren gewoon iets korter dan gebruikelijk! ;-) Bij velen kwam dit aspect van de cursus, het bij elkaar kijken en reageren, in het gedrang door het gebrek aan tijd, wat erg jammer was. Misschien is hier meer ruimte voor als de opdrachten sneller te maken zijn!

Zoals ik bij Ding 9 al schreef, was het hartverwarmend te merken dat de cursus verschijnselen als betrokkenheid, verbondenheid, samenwerking en collegialiteit deed versterken. Misschien heeft het wel wat communicatieschotten weten te verminderen… ;-) Ook mooi te zien dat onvermoede (soms deels vermoede) talenten naar boven kwamen drijven, zoals schrijftalent, creatief talent met foto’s en talent voor het verzinnen van goede ideeën!

Erg trots ben ik op de collega’s die ik zelf heb begeleid (zie zijbalk voor de blogs) en die de cursus allen met volle overtuiging voltooid hebben! Fantastisch!

Een te wensen effect van de cursus is dat er met de gigantische ideeënlijst die in de loop van de cursus is gegenereerd, wat wordt gedaan. Dat ideeën worden uitgewerkt door een Werkgroep Web 2.0 en dat de beste daarvan worden uitgevoerd. En dat de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van deze werkgroep worden vastgelegd, zodat het kader duidelijk is en binnen dat kader creatief gewerkt kan worden!

Verbetersuggesties

Het kan natuurlijk altijd beter! We zijn tamelijk vroeg ingestapt in de 23 Dingen-cursus maar ondanks dat vind ik dat de cursus op zich goed in elkaar zit. In onze planning vond ik uiteindelijk het aantal pauzeweken teveel, waardoor mensen te lang stil stonden en moeite hadden de draad weer op te pakken. Een veelgehoorde opmerking is ook dat de teksten van de 23 Dingen-site te lang en uitgebreid waren voor sommigen. Zelf las ik die tekst diagonaal door en keek vooral naar websites die in de oefeningen genoemd werden. Maar ik kan me voorstellen dat als het helemaal nieuw voor je is, je wèl alles wil lezen om het goed te begrijpen. Ook zijn 23 Dingen misschien wel veel, volgen sommigen. Maar ja, zo is de cursus. Zou het misschien kunnen dat de Nederlandse versie zwaarder is dan de Amerikaanse? Ik ben eigenlijk ook nog voor het toevoegen van een 24e Ding: gamen. Een laatste veelgehoorde opmerking in mijn organisatie is de introductie van Rob, die voor een aantal mensen te snel ging, waardoor zij het Spaans benauwd kregen. Dit had ook te maken met de verschillen in kennisniveau van de medewerkers, maar daar moet je natuurlijk rekening mee houden als je voor een diverse groep spreekt.

Ik ben blij dat we het gedaan hebben zoals we het gedaan hebben en ben apetrots op het resultaat: bijna alle cursisten zullen op tijd klaar zijn en op 1 juli hun certificaat in ontvangst nemen. Dat heb ik andere biebs nog niet zien/horen doen! En het vervolg aan deze cursus (een Werkgroep Web 2.0) komt er ook zeker, dat heeft de directeur toegezegd. De zeven coaches van de BLV kunnen zich met recht SUPERCOACHES noemen!

Tot slot

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. En met het afsluiten van deze cursus sluit ik ook mijn bibliotheekcarrière af. Ik vond het een mooie en waardige afsluiting zo.

Ik vermoed dat ik mij nog regelmatig in digitale bibliotheekkringen zal laten zien en het laatste woord over web 2.0 heb ik nog niet geschreven. Ik stap hiervoor binnenkort over op mijn nieuwe blog, genaamd Webgrrl. Daar staat nu nog niet veel op trouwens.

Ik zeg dus geen vaarwel (dat klinkt ook zo dramatisch) maar tot ziens! :-)

Ding #22 - bibliotheek 2.0

Als digital native (klinkt leuk!) begeef ik me veel op internet en onderzoek nieuwe media. Web 2.0 wordt het fenomeen genoemd dat je nu in een piep en een zucht een blog kunt opzetten, overal je mening kan ventileren en programma’s en informatie met elkaar kan delen. Hierdoor heeft internet een wezenlijk andere functie gekregen dan puur en alleen het zenden van informatie (statische webpagina’s). Ik probeer het allemaal van een afstand te bekijken, maar doe er ondertussen ook zelf aan mee. Om ergens een gefundeerde mening over te hebben, helpt het tenslotte om ervaringsdeskundige te zijn.

2.0

Het beestje moet een naampje hebben en dus was het Tim O’Reilly die de nieuwe ontwikkelingen op internet ‘web 2.0′ noemde. De rest van de wereld heeft dit, soms schoorvoetend (zie ook bijv. hier en hier), overgenomen. En zoals Rob op de 23Dingen-site al schrijft, is het nu ‘in’ om ergens 2.0 achter te zetten. Om ermee te zeggen dat het een ‘nieuwere versie’ is. En dit overigens niet alleen in de digitale wereld!

Bibliobloggers

Ook een aantal bibliotheekmedewerkers heeft het 2.0-principe omarmd; zij zijn gaan bloggen, noemen zichzelf bibliobloggers en denken na over hoe de nieuwe media ingezet kunnen worden in de bibliotheek. Om de klanten beter tot dienst te kunnen zijn. Het lijkt echter nog maar een klein groepje dat in de grote massa roept, waardoor het nog niet zo erg aankomt. De maatstaf voor hoe ver we daarin zijn, vind ik de mate waarin directeuren het hebben over digitale media en de nut en noodzaak ervan. En volgens mij is de discussie op dat niveau op gang gekomen, mede dankzij pionieren als Edwin, Jan en Wouter.

Experimenteren

We zijn er nog lang niet, want wie weet al precies welke ‘web 2.0-instrumenten’ goed werken om in te zetten in de bibliotheek en welke niet? Ook andere branches zijn aan het experimenteren; de NS heeft onlangs haar site opgewaardeerd tot een heuse web 2.0-site, HEMA doet goed mee en ook Rabobank probeert hier en daar wat. De hype van Second Life (wie hoort daar nog iets over?) is inmiddels alweer voorbij, maar er zullen vast nieuwe virtuele werelden komen, die mooier, functioneler en laagdrempeliger zijn. Meer mogelijkheden, meer gemak, meer experimenten. En zo blijven we maar doorgaan, de techniek stopt niet en het is zaak als bibliotheek in te stappen voor de trein van het perron wegrijdt om er nooit meer terug te keren.

Ik wens jullie er veel succes bij. Ik ga zelf binnenkort elders kijken hoe digitale media ingezet kunnen worden voor communicatie met burgers en organisaties. Ik hoop dat de interne Werkgroep Web 2.0 mooie dingen zal doen in de BLV! Wie gaat zich ervoor aanmelden?

Bron foto

Symposium over digitale interactie

Nu we (mijn collega’s van de BLV en ik) zo lekker bezig zijn met de toepassingen van de nieuwe digitale wereld te ontdekken, zou het natuurlijk nóg leuker zijn om hier ook met collegae van elders over te discussiëren, nietwaar?

In Delft hebben ze daar wat op bedacht: op 3 april a.s. vindt een symposium plaats op de TU Delft genaamd: Digitale interactie tussen kenniswerkers. Voornaamste doelgroep: bibliothecarissen en kenniswerkers. Op het symposium draait het om web 2.0/social software en er zal bekeken worden welke software in de praktijk kunnen worden gebruikt en hoe ze werken.

digi_inter.jpg

Het programma (pdf, 806 kb) duurt van 12.30 tot 18.00 uur (incl. lunch + borrel) en één van de sprekers, degene die erop attendeerde, is Liesbeth Mantel van de bibliotheek van TU Delft (zie haar blogpost erover). Rondom het symposium is een sociaal netwerk
ingericht waar je alvast een voorproefje kunt krijgen!

De twee workshops die in de middag gepland staan gaan over tagging en over RSS-feeds (waar wij natuurlijk al best wat vanaf weten!). De bedoeling is er zelf mee aan de slag te gaan, hele praktische workshops dus.

Wie wil/kan/gaat hier ter inspiratie naar toe van de BLV?

Geplubiceerd in: on 21 maart 2008 at 4:54 pm Reacties (2)
Tags: , , , , ,

Ding #9 - Web 2.0 - mijn visie

Vanaf 2005…
In 2005 hield ik een presentatie aan de groep inlichtingenmedewerkers genaamd ‘weblogs, RSS en podcasting’. Ik vertelde daarin over wat weblogs zijn, als welke vorm van journalistiek het kan worden beschouwd en ik trachtte RSS uit te leggen (kom er nu soms nog niet uit). Ook Flickr, vodcasting en podcasting passeerden de revue. In 2007 was er eentje voor een zelfs nog wat breder intern publiek genaamd ‘de nieuwe digitale wereld… of web 2.0: ontdekken, meedoen en delen’ [tussen twee haakjes: ik zie dat ik deze presentatie, die op Slideshare staat, ook kan integreren hier! Doe ik maar even niet, het verhaal is al lang genoeg zo]. Tijdens die presentatie ging ik in op sociale netwerken, open source software en games. Daarna werd het eerste digitale sociale netwerk van de BLV (http://bieblv.ning.com (alleen voor leden!)) geïntroduceerd. Eind 2007 werd hiervan intensief gebruik gemaakt door een groepje Krakers, met een overigens niet onverdienstelijk resultaat!

83502835_24be743efc.jpgDat er, overigens begrijpelijkerwijs, niet veel van het vertelde bij mensen is blijven hangen, getuigen de vele kreten om hulp op de collegablogs de afgelopen weken. Maar inmiddels is een grote groep van de cursisten écht enthousiast geworden over alle nieuwe mogelijkheden op het internet en daar word ik warm van. Echt!

Het wordt de komende weken natuurlijk nog veel leuker, want er is nog zoveel meer te ontdekken op het internet… social bookmarking, podcasting en natuurlijk de online communities. Ik hoop dan ook dat de groep enthousiastelingen net zo enthousiast verder gaan en de anderen ook aan de arm mee zullen nemen.

Participatiecultuur
En dan nu nog een stukje echte inhoud, ik heb er tenslotte voor geleerd (…). Op het symposium U game U learn sprak een professor van de TU Delft over de participatiecultuur (gelezen op Frankwatching) waar we momenteel in leven. Die term had ik al eerder gehoord, maar zoals met zoveel dingen (zie hierboven), moet je het eerst een paar keer horen voordat het echt landt. Op internet kan iedereen over alles meedenken en meedoen en dat gebeurt dan ook in grote getalen. Ik kan zo snel even niet vinden met hoevelen we dat doen, maar geloof me, we zijn met veel. En natuurlijk is niet iedereen er even serieus mee bezig; veel mensen vinden het al interessant genoeg om te schrijven over de belevenissen met hun kat (ook hier) of hond of wat ze gisteren gegeten hebben. Dat is prima, op het internet mag alles, nou ja, bijna alles. Die relatieve regelloosheid maakt het laagdrempelig voor iedereen om daaraan mee te doen. Er komen wel steeds meer auteursrechtachtige zaken, zoals Creative Commons (CC), waardoor het mensen makkelijk gemaakt wordt om andersmans spullen te gebruiken zonder auteursrechten te schenden. Voorheen mocht je niet zomaar gebruikmaken van werk van anderen (maar men deed het gewoon), maar met CC heb je veel meer vrijheid in het gebruik van andersmans werk. cc.jpg

Gemak
Het gebruiksgemak (what you see is what you get (wysiwyg)) van diverse toepassingen is enorm toegenomen de laatste jaren. Natuurlijk speelt dit in grote mate mee bij de groei van het aantal weblogs en ‘uitingen’ op het internet! Het is immers ook één van de redenen dat ik nu zelf een weblog heb! ;-) Was het ooit nodig om ‘talen’ als HTML en Java te leren om iets op het internet te beginnen, tegenwoordig is dat nauwelijks meer nodig. Tenzij je natuurlijk een superwebsite aan het ontwikkelen bent. In onze bieb hebben we de ontwikkeling van onze website uitbesteed, maar het vullen doen we zelf door middel van een - zo ziet het er althans voor mij uit - erg gebruiksvriendelijk content management systeem (CMS). Als je al een beetje basiscomputerkennis hebt, dan kom je daar wel uit.

Ik schrijf dus ik besta (op het internet)
Dit motto maakt duidelijk welk gevoel ik kreeg toen ik zag dat ik ruim 180 bezoekers heb gehad op mijn verslag van U game U learn (5 maart jl.). Een aantal bibliobloggers had namelijk in hun eigen blogpost een link naar mijn verslag opgenomen. Honderdtachtig bezoekers! Dat zijn heel wat mensen die allemaal minstens even gekeken hebben naar wat ik gebrabbeld heb in mijn goedste Nederlands. Ongelooflijk. Ik schrijf dus ik besta blijkbaar, althans ik besta nu op het internet. bezoekers1.jpg
Vroeg ik me eerst nog af of ik dat wel zag zitten, nu weet ik dat het eigenlijk niet uitmaakt wat ik ervan vind, het is gewoon zo. Ik heb mezelf ook maar vindbaar in zoekmachines gemaakt. Wie weet wat dit nog gaat doen met mijn bezoekersaantallen. Ik las op Marketingfacts dat je bij de LOI (had het liever bij NIMA gezien) nu een opleiding ‘Online Marketing‘ kunt doen waarin je onder meer leert hoe om te gaan met zoekmachines, weblogs en andere zaken op het internet. Hoe slimmer je jezelf profileert (bijv. door onderling linken!), hoe meer mensen je naar je website kan trekken. Misschien ook leuk voor één der webredactieleden van onze eigen bieb.

Bibliotheekland en web 2.0
Een aantal mensen uit bibliotheekland heeft uit persoonlijke interesse/hobbyisme of wat dan ook het voortouw genomen in deze nieuwe digitale wereld door erover te schrijven en de mogelijkheden te onderzoeken (a la Edwin Mijnsbergen). Het groepje echt serieuze bibliobloggers is nog relatief beperkt, alhoewel er waarschijnlijk al meer zijn dan ik nu weet. Daardoor wordt ook telkens door hetzelfde groepje mensen op elkaars berichten gereageerd. Dat is jammer, want er zullen vast nog zoveel meer mensen met een interessante mening rondlopen in bibliotheekland en die worden nu niet gehoord. Met de online community Bibliotheek 2.0 wordt geprobeerd een neutrale plaats te creëren waarin het een ieder vrij staat een profiel aan te maken, blogberichten te schrijven en op het forum te reageren op discussies. Zelfs ‘krabbelen’ zoals dat op Hyves gewoon is, is daar mogelijk en gebeurt ook veelvuldig, zie ik aan mijn RSS-feed van de recente activiteiten op deze site. Het aantal leden van deze site groeit als kool (nu 791 leden), maar het aantal actieve leden is, zoals bij zoveel verenigingen, beperkt. Ook daarover vindt regelmatig discussie plaats; hoe kan dit en hoe kun je het oplossen. Er blijkt geen eenduidig antwoord op te zijn. Ik hoop dat een aantal BLV-ers het leuk zal vinden om actief meedenker te worden in dit sociale netwerk van collega’s!
bibl20.jpg

Over wat wij als bieb allemaal met deze nieuwe toepassingen moeten, willen of kunnen, wil ik hier eigenlijk niet bespreken; anderen (bijv. Qwerty en Klik) doen hier al voorzetten toe en ik denk dat je eerst goed moet bedenken met welk doel je iets gaat doen. Het middel moet geen doel worden. Vandaar dus het idee van een Werkgroep Web 2.0 (geleend van bibliotheek Gouda!) die daar mee aan de slag zou kunnen gaan.

Bovendien is deze blogpost alweer lang genoeg zo!

Update: 17 maart 2008