Ding #9 - Web 2.0 - mijn visie

Vanaf 2005…
In 2005 hield ik een presentatie aan de groep inlichtingenmedewerkers genaamd ‘weblogs, RSS en podcasting’. Ik vertelde daarin over wat weblogs zijn, als welke vorm van journalistiek het kan worden beschouwd en ik trachtte RSS uit te leggen (kom er nu soms nog niet uit). Ook Flickr, vodcasting en podcasting passeerden de revue. In 2007 was er eentje voor een zelfs nog wat breder intern publiek genaamd ‘de nieuwe digitale wereld… of web 2.0: ontdekken, meedoen en delen’ [tussen twee haakjes: ik zie dat ik deze presentatie, die op Slideshare staat, ook kan integreren hier! Doe ik maar even niet, het verhaal is al lang genoeg zo]. Tijdens die presentatie ging ik in op sociale netwerken, open source software en games. Daarna werd het eerste digitale sociale netwerk van de BLV (http://bieblv.ning.com (alleen voor leden!)) geïntroduceerd. Eind 2007 werd hiervan intensief gebruik gemaakt door een groepje Krakers, met een overigens niet onverdienstelijk resultaat!

83502835_24be743efc.jpgDat er, overigens begrijpelijkerwijs, niet veel van het vertelde bij mensen is blijven hangen, getuigen de vele kreten om hulp op de collegablogs de afgelopen weken. Maar inmiddels is een grote groep van de cursisten écht enthousiast geworden over alle nieuwe mogelijkheden op het internet en daar word ik warm van. Echt!

Het wordt de komende weken natuurlijk nog veel leuker, want er is nog zoveel meer te ontdekken op het internet… social bookmarking, podcasting en natuurlijk de online communities. Ik hoop dan ook dat de groep enthousiastelingen net zo enthousiast verder gaan en de anderen ook aan de arm mee zullen nemen.

Participatiecultuur
En dan nu nog een stukje echte inhoud, ik heb er tenslotte voor geleerd (…). Op het symposium U game U learn sprak een professor van de TU Delft over de participatiecultuur (gelezen op Frankwatching) waar we momenteel in leven. Die term had ik al eerder gehoord, maar zoals met zoveel dingen (zie hierboven), moet je het eerst een paar keer horen voordat het echt landt. Op internet kan iedereen over alles meedenken en meedoen en dat gebeurt dan ook in grote getalen. Ik kan zo snel even niet vinden met hoevelen we dat doen, maar geloof me, we zijn met veel. En natuurlijk is niet iedereen er even serieus mee bezig; veel mensen vinden het al interessant genoeg om te schrijven over de belevenissen met hun kat (ook hier) of hond of wat ze gisteren gegeten hebben. Dat is prima, op het internet mag alles, nou ja, bijna alles. Die relatieve regelloosheid maakt het laagdrempelig voor iedereen om daaraan mee te doen. Er komen wel steeds meer auteursrechtachtige zaken, zoals Creative Commons (CC), waardoor het mensen makkelijk gemaakt wordt om andersmans spullen te gebruiken zonder auteursrechten te schenden. Voorheen mocht je niet zomaar gebruikmaken van werk van anderen (maar men deed het gewoon), maar met CC heb je veel meer vrijheid in het gebruik van andersmans werk. cc.jpg

Gemak
Het gebruiksgemak (what you see is what you get (wysiwyg)) van diverse toepassingen is enorm toegenomen de laatste jaren. Natuurlijk speelt dit in grote mate mee bij de groei van het aantal weblogs en ‘uitingen’ op het internet! Het is immers ook één van de redenen dat ik nu zelf een weblog heb! ;-) Was het ooit nodig om ‘talen’ als HTML en Java te leren om iets op het internet te beginnen, tegenwoordig is dat nauwelijks meer nodig. Tenzij je natuurlijk een superwebsite aan het ontwikkelen bent. In onze bieb hebben we de ontwikkeling van onze website uitbesteed, maar het vullen doen we zelf door middel van een - zo ziet het er althans voor mij uit - erg gebruiksvriendelijk content management systeem (CMS). Als je al een beetje basiscomputerkennis hebt, dan kom je daar wel uit.

Ik schrijf dus ik besta (op het internet)
Dit motto maakt duidelijk welk gevoel ik kreeg toen ik zag dat ik ruim 180 bezoekers heb gehad op mijn verslag van U game U learn (5 maart jl.). Een aantal bibliobloggers had namelijk in hun eigen blogpost een link naar mijn verslag opgenomen. Honderdtachtig bezoekers! Dat zijn heel wat mensen die allemaal minstens even gekeken hebben naar wat ik gebrabbeld heb in mijn goedste Nederlands. Ongelooflijk. Ik schrijf dus ik besta blijkbaar, althans ik besta nu op het internet. bezoekers1.jpg
Vroeg ik me eerst nog af of ik dat wel zag zitten, nu weet ik dat het eigenlijk niet uitmaakt wat ik ervan vind, het is gewoon zo. Ik heb mezelf ook maar vindbaar in zoekmachines gemaakt. Wie weet wat dit nog gaat doen met mijn bezoekersaantallen. Ik las op Marketingfacts dat je bij de LOI (had het liever bij NIMA gezien) nu een opleiding ‘Online Marketing‘ kunt doen waarin je onder meer leert hoe om te gaan met zoekmachines, weblogs en andere zaken op het internet. Hoe slimmer je jezelf profileert (bijv. door onderling linken!), hoe meer mensen je naar je website kan trekken. Misschien ook leuk voor één der webredactieleden van onze eigen bieb.

Bibliotheekland en web 2.0
Een aantal mensen uit bibliotheekland heeft uit persoonlijke interesse/hobbyisme of wat dan ook het voortouw genomen in deze nieuwe digitale wereld door erover te schrijven en de mogelijkheden te onderzoeken (a la Edwin Mijnsbergen). Het groepje echt serieuze bibliobloggers is nog relatief beperkt, alhoewel er waarschijnlijk al meer zijn dan ik nu weet. Daardoor wordt ook telkens door hetzelfde groepje mensen op elkaars berichten gereageerd. Dat is jammer, want er zullen vast nog zoveel meer mensen met een interessante mening rondlopen in bibliotheekland en die worden nu niet gehoord. Met de online community Bibliotheek 2.0 wordt geprobeerd een neutrale plaats te creëren waarin het een ieder vrij staat een profiel aan te maken, blogberichten te schrijven en op het forum te reageren op discussies. Zelfs ‘krabbelen’ zoals dat op Hyves gewoon is, is daar mogelijk en gebeurt ook veelvuldig, zie ik aan mijn RSS-feed van de recente activiteiten op deze site. Het aantal leden van deze site groeit als kool (nu 791 leden), maar het aantal actieve leden is, zoals bij zoveel verenigingen, beperkt. Ook daarover vindt regelmatig discussie plaats; hoe kan dit en hoe kun je het oplossen. Er blijkt geen eenduidig antwoord op te zijn. Ik hoop dat een aantal BLV-ers het leuk zal vinden om actief meedenker te worden in dit sociale netwerk van collega’s!
bibl20.jpg

Over wat wij als bieb allemaal met deze nieuwe toepassingen moeten, willen of kunnen, wil ik hier eigenlijk niet bespreken; anderen (bijv. Qwerty en Klik) doen hier al voorzetten toe en ik denk dat je eerst goed moet bedenken met welk doel je iets gaat doen. Het middel moet geen doel worden. Vandaar dus het idee van een Werkgroep Web 2.0 (geleend van bibliotheek Gouda!) die daar mee aan de slag zou kunnen gaan.

Bovendien is deze blogpost alweer lang genoeg zo!

Update: 17 maart 2008

U game U learn - een verslag

Beloofd is beloofd. Ik zou iets schrijven over het symposium waar ik vandaag was, wetende dat het geen al te lang verhaal moest worden en niet iedereen er ontzettend in geïnteresseerd is. Helaas is het toch een lang verhaal geworden. Sorry!

Zoals Jan Tweepuntnul op zijn blog ook al schrijft, begon de dag nogal vroeg. Voor mij en Leesollie viel het nog enigszins mee om vanuit Den Haag naar Delft te komen, maar voor anderen kan ik me voorstellen dat het lastig was. Zeker omdat er nog geen tram naar de universiteit rijdt!

dsc00437.jpgNa veilig langs Star Wars-figuren te zijn geslopen (irritant!) kregen we in de enorme aula van de TU Delft ter introductie een filmpje over “Oma Mimi” voorgeschoteld (haha, ze heeft zelfs een website!). Deze pittige dame van 100 jaar oud beleeft volop plezier aan patiencen op haar laptop, maar ook e-mailen en surfen op het internet. Haar wijze verhaal sloot ze af door te zeggen dat ze hoopt op een mediawijze wereld, want dat is hard nodig! Slimme oma!

Vervolgens was het aan gamejournalisten Jan en Boris die de wereld over gereisd hebben voor hun werk, om een inleiding te verzorgen over het onderwerp van de dag. Zo kwamen ze met feiten als: 75% van de jongeren gamet en van alle jongens gamet maar liefst 95%. Verder gamen mensen van alle leeftijden en dit beeld wordt steeds diverser. Een boek en een game zijn beiden content en dus geschikt om in de collectie van een bieb op te nemen; met een boek neem je echter passief het verhaal tot je, terwijl je met een game het verhaal zelf vormgeeft.

En tenslotte wallpaper3_800.jpgkwam nog voor de koffiepauze een productmanager van Ubisoft (uitgever van games) aan het woord, die enkele gelikte (en commerciële) filmpjes liet zien over het naar eigen zeggen (?) beste spel van 2007: Assassin’s Creed, waarvan nu een nieuwe versie in de maak is. Een behoorlijk gewelddadig spel, maar het zag er wel mooi uit. Helaas was er geen gelegenheid het spel uit te proberen. Wat mij betreft een gemiste kans!
Hij vertelde verder nog over de veranderende entertainmentmarkt; waren de grootste productgroepen muziek en films, nu zijn dat games; er worden meer games dan ooit te voren geconsumeerd. Wat ik verder nog een interessant fenomeen vond, is ‘next-gen gaming’, waarvan Assassin’s Creed de eerste zou zijn. Het gaat hier om een nieuwe generatie games met kenmerken die eerdere games niet hadden; het gaat in die games om de lol, het op je intuïtie kunnen afgaan en het sociale. Er is relatief veel vrijheid in het spel (er zijn geen onzichtbare muren), de besturing is gemakkelijk gemaakt en het beeld en de omgeving zijn mooier en gedetailleerder.

Het was tijd voor koffiepauze die wij gebruikten om even een babbeltje te maken met iemand van de stand van DOK Delft (alle consoles waren bezet!). Zij bleek daar hoofd jeugdbibliotheekwerk te zijn en vertelde zeer bevlogen over het gebruik van de Wii bij hen in de bieb. Wellicht dat zij nog eens bij de BLV langskomt met haar enthousiaste verhaal!

Leesollie en ik waren zo aan de praat, dat we ons ietwat te laat naar het volgende onderdeel haastten. We waren naar de verkeerde zaal gelopen! Zeer genant. Op naar de goede zaal om het verhaal van professor Wim Veen aan te horen over gamen. Zijn zoon blijkt een fervent World of Warcraft-speler te zijn. Zijn verhaal was niet nieuw maar wel degelijk en het is prettig om af en toe (wetenschappelijke!) bevestiging te krijgen van wat je al dacht. Wat wezenlijk is voor de jongere generatie, die met games is opgegroeid (mijzelf incluis), is dat ze gewend zijn zelf controle te hebben, zelf te kiezen en bepalen wat ze doen. Je gaat hier dus om ondernemende werknemers. Door de digitalisering van de samenleving zijn we aan het veranderen in een participatieve democratie; iedereen mag of wil met alles en iedereen delen, meedoen en meedenken (zie dit blog maar, ik uit zomaar mijn mening over dingen en niemand die me tegenhoudt). Hij was er van overtuigd dat de samenleving andere mensen nodig heeft om te veranderen in een creational society.

De kloof tussen hen die nu niet mee kunnen komen (de mediaonwijzen?) en zij die dat wel kunnen, kan kleiner worden gemaakt door gemak en vanzelfsprekendheid. Daar heeft hij een goed punt vind ik. Computers en toepassingen worden steeds gebruikersvriendelijker omdat er meer vanzelfsprekendheid ingebouwd wordt; je hoeft minder na te denken bij wat je doet omdat het vanzelf spreekt. Met het grootste gemak heb ik dit weblog opgezet; dat zou vijf jaar geleden wel anders geweest zijn, dan had ik toch écht HTML-taal moeten leren… Mensen worden door die eenvoud eerder verleid om eraan te beginnen. Maar hierin is uiteraard nog wel een slag te slaan!

Lunch! Na met de Wii het trampolinespringen te hebben uitgeprobeerd en woordspelletjes op de DS te hebben gedaan, was het tijd voor het verhaal van de Amerikaanse games-in-libraries-goeroe Jenny Levine. Wat ze vertelde kwam in grote lijnen overeen

dsc00442.jpg

met wat ik al in haar boek had gelezen, dus daar zal ik hier niet verder over uitwijden. Dat komt later nog in een beleidsvoorstel ;-). Ze vertelde dat men in Amerika steeds meer begint in te zien dat games wezenlijk onderdeel uitmaken van literacy (mediawijsheid).

Verder zei ze ook dat je bij games in je collectie niet alleen moet

denken aan videogames, maar ook aan bordspellen zoals Kolonisten van Katan waar mensen veel van kunnen leren. Ze gaf verder diverse tips van wat je zou kunnen doen met games in de bibliotheek.
Op een vraag uit het publiek over de gewelddadigheid van spellen antwoordde ze dat er ook gewelddadige boeken en films bestaan en die zijn nu ook min of meer geaccepteerd. Dat zal met games over tien jaar ook zo zijn, is haar voorspelling.

De tweede Amerikaan op het programma was Eli Neiburger van een bibliotheek in de staat Michigan. Hij heeft in zijn bieb de coördinatie over groots opgezette gametoernooien endsc00446.jpg wijdde hier met passie over uit. Hij vroeg zich hardop af of wij bibliotheken ons bestaansrecht ontlenen aan de 25% van de bevolking die leest voor ontspanning, of moeten we aan iedereen iets te bieden hebben? Interessante vraag. Is een bridgende groep vrouwen ons meer waard dan een groep gamende jongeren?
Het circuleren van games in je collectie, tussen biebs, raadde hij sterk aan (samenwerken dus!). Verder zie hij gaming events als bibliotheekproducten. Voor kinderen is Pokemon een geslaagd spel om te gebruiken, voor tieners is dat Mariokart of Super Smash Brothers. Uiteraard lopen de toernooien als een trein in zijn bieb en worden complete websites met statistieken bijgehouden over de scores van alle deelnemers.
Tenslotte raadde hij aan collega’s te laten experimenteren met games om hen de lol en het nut ervan te laten inzien.

Het spannendste moment van de dag volgde; er werd een Nintendo DS weggegeven. 1101112853.jpg
Er werden vragen gesteld en had je een vraag fout, dan moest je naar de andere kant van de zaal. Leesollie moest al snel het veld ruimen en ik bleef, strijdbaar, over. Er was nog een flinke groep toen de laatste vraag kwam, een gokvraag: “Hoeveel heeft Nintendo in 2007 verkocht van zijn DS?” Ik zat helaas achteraan en had nog geen antwoord gegeven toen het goede antwoord geraden werd: 22 miljoen. Natuurlijk was dat precies het antwoord dat ík in gedachten had! Helaas, pindakaas!

Van de VOB was Rob Bruijnzeels aanwezig die vertelde dat de VOB in samenwerking met de HKU in Hilversum wel met ‘iets’ landelijks bezig is op gamegebied. Ik ben heel benieuwd wat dat concreet zal zijn. Maar dat kan nog wel tot het einde van het jaar duren, helaas. Nog even de Xbox 360 uitgeprobeerd, maar toen ik dood was, gaf ik dat alweer op. Het was een lange dag geweest dus Leesollie en ik vingen onze thuisreis aan…

De dag heeft redelijk wat stof tot nadenken, schrijfvoer (zie hier o.a.) en energie tot actie opgeleverd!

Spelletjes

In het kader van het voor de deur staande symposium U game, U learn (georganiseerd door TU Delft en DOK Delft) waar ik met Leesollie naar toe zal gaan, volgt hier een blogpost over spelletjes. Een in veel bibliotheken en door veel bibliothecarissen verafschuwd fenomeen; ik denk ten onrechte. En om dit nog beter te kunnen onderbouwen, ga ik 5 maart naar dat symposium.

U game U learn

Een aantal bibliobloggers schrijft regelmatig over games, zoals Edwin van Mijnsbergen en Margreet van den Berg; de laatste ook al genoemd op het blog van Leesollie.

Dé internationaal meest gerenommeerde persoon op het gebied van games in combinatie met bibliotheken is Jenny Levine, die ook aanwezig zal zijn en een praatje zal houden op het symposium. Ik heb haar boek (een kopie) hier liggen en wil ik graag uit hebben voor die dag.

Ik ben zeer benieuwd naar 5 maart en zal achteraf er wat over schrijven op mijn blogje!

Geplubiceerd in: on 25 februari 2008 at 4:35 pm Reactie (1)
Tags: , , , ,